Overlevingspensioen

Het overlevingspensioen is het recht dat weduwen of weduwnaars hebben op het pensioen van hun overleden echtgenoot of echtgenote.

Voorwaarden

U hebt recht op een overlevingspensioen als:

  • u minstens 45 jaar bent, tenzij u een kind ten laste hebt of minstens voor 66% blijvend arbeidsongeschikt  bent. Voor ambtenaren en beroepen zoals mijnwerker bestaan er aparte regels

  • het huwelijk minstens één jaar geduurd heeft op het ogenblik van overlijden, behalve:
    • als er een kind ten laste was waarvoor een van de echtgenoten kinderbijslag ontving
    • als er een kind geboren is uit dit huwelijk
    • als het overlijden het gevolg is van een ongeval of een beroepsziekte.

Als niet aan alle voorwaarden is voldaan, kan u een tijdelijk overlevingspensioen aanvragen voor de duur van 12 maanden.

De pensioenhervorming wijzigt de voorwaarden voor het overlevingspensioen. In de toekomst zullen weduwen en weduwnaars die jonger zijn dan 45 jaar voortaan recht hebben op een overgangsuitkering in plaats van een overlevingspensioen. De leeftijd van 45 jaar wordt tegen 2025 gradueel opgetrokken tot 50 jaar à rato van 6 maanden per jaar.
Voor mensen die vandaag al een overlevingspensioen ontvangen, wijzigt er niets. Zij behouden hun overlevingspensioen. 

Het recht op een overlevingspensioen vervalt wanneer u:

  • hertrouwt
  • een beroepsactiviteit uitoefent die niet meer aan de voorwaarden voldoet.

Aanvragen

Indien uw echtgenoot of echtgenote overlijdt en u een overlevingspensioen wilt krijgen, moet u een aanvraag indienen bij het Sociaal Huis of bij de bevoegde pensioeninstelling.

Wat meebrengen

Identiteitskaart en indien nodig volmacht

Website(s) 

Rijksdienst voor pensioenenRijksinstituut voor sociale verzekeringen zelfstandigen
Pensioendienst voor de overheidssector