2002: Galerij De Vuyst

‘Kunst is als een ajuin’

Guy De Vuyst leidt me rond in zijn kunstgalerij annex veilinghuis en designwinkel Icons. Ik bevind me in mooi gezelschap. Werken van Corneille en Jef Van Tuerenhout nemen mijn gezichtsveld in beslag, maar ook oudere meesters. Guy vertelt met passie over het beroep dat hij van zijn vader, oorspronkelijk een kleermaker, heeft meegekregen. Zoon Tom, die instaat voor de opvolging, schuift mee aan tafel. Bij een koffie praat ik met een gepassioneerd kunstkenner, zo blijkt snel, maar op de vraag of kunst de wereld kan redden is hij duidelijk.
Neen !

Guy De Vuyst:Eigenlijk is het erg om toe te geven, maar er zijn dagen dat ik hier mijn bureau in de Kerkstraat niet uit geraak en bijgevolg van Lokeren weinig te zien krijg. Tenzij ik eens naar de kapper moet. Maar de zaak hier in de Kerkstraat is de plek bij uitstek waar ik me thuis voel, waar ik opgegroeid ben. Ik ben hier bij wijze van spreken geboren.

Filip Anthuenis: De Vuyst is een enorm begrip in Lokeren en ver daarbuiten, dat is ook de reden geweest waarom jullie ooit tot Verdienstelijke Lokeraar werden gekozen. Het is allemaal begonnen met de kledingzaak van uw vader, die recent werd stopgezet, als ik me niet vergis ?

Guy: Mijn vader Gaston was een maatkleermaker, dat is juist. Als zestienjarige was hij zijn moeder verloren. Zij deed de markten met witgoed. Hij is de kleermakersstiel gaan leren in Antwerpen en Brussel. Daar kwam hij bij collectioneurs van schilderijen terecht. In Brussel was dat bij Vangheluwe waar mensen als Permeke hun kostuums lieten maken, vaak in ruil voor tableaus. Hier in de Kerkstraat  is hij met de kledingzaak gestart in 1930. Zijn overbuur was overigens Jacques Opsomer, de toondichter en de broer van baron Isidoor Opsomer, de schilder die onder andere koning Albert I portretteerde.  Toen mijn vader zijn zaak hier al had uitgebouwd en de opvolging was verzekerd door de oudste kinderen kreeg hij tijd vrij voor een hobby. Pa was altijd gepassioneerd geweest door kunst, was vaak in contact gekomen met verzamelaars en kunstenaars en als hij ergens een kans zag om zijn zaak uit te breiden, deed hij dat. Elk foefje was goed. Zo is het ‘kunstverhaal’ eigenlijk begonnen.

 

Geneeskunde versus kunst

Filip: Hoe moeten we ons dat voorstellen dat prille begin ?

Guy: In de jaren ’60 was het traditie dat kledingzaken een jaarlijks defilé hielden. Meestal huurden ze daar het Parkhotel voor af en trokken daar met de klanten heen. Maar mijn vader, commerçant zijnde, bekeek dat anders. ‘Met een defilé in het Parkhotel zien de klanten mijn winkel niet’, dacht hij. En dus kocht hij het huis naast de kledingzaak om er defilés te houden. Daarmee had hij ook een ruimte om tentoonstellingen te organiseren. Heel snel kon hij vrij bekende kunstenaars strikken zoals Frans Masereel en Léon De Smet. Na verloop van tijd kreeg hij zo een groot aanbod dat hij de werken niet meer allemaal kon tentoonstellen. Dan is hij met de veilingen van start gegaan, in de jaren ’70.

Filip: Hoe ben jij in de zaak gerold ?

Guy: Wij waren met acht kinderen. Ik was de voorlaatste. Op een dag vroeg vader: ‘Jongen, ga jij in de zaak komen ?’ Ik twijfelde, ik zag mijn toekomst eerder in de richting van de geneeskunde, dierenarts misschien. Alleszins, iets wetenschappelijks. Hoewel ik in de zaak was opgegroeid en een groot deel van mijn jeugd in allerhande musea heb gesleten, bekeek ik de zaak wel vanop enige afstand. Tot hij op een dag vertelde dat hij het huis naast de zaak kon kopen. We veilden die dagen boven de mutualiteit waar de vogeltentoonstellingen en zo doorgingen, en hij zag daar de ideale locatie voor een veilingzaal in. ‘Als dat alleen voor je zus Huguette is, dan moet ik daar niet aan beginnen’, zei hij. Zo is de bal aan het rollen gegaan. Dat was 1976.

Filip: Hoeveel mensen van de familie werken er nu nog in de zaak ?

Guy: Vier. Mijn oudste zus, mijn echtgenote, ikzelf en mijn zoon Tom. In totaal werken we met 13 mensen.

Filip: Is het een voordeel of een nadeel om met familie te moeten samenwerken ?

Guy: ‘Hoe meer kinderen er zijn, hoe gemakkelijker ze overeenkomen’, zeg ik altijd. Ik merk dat ook vanuit mijn beroep, als ik bij mensen aan huis ga waar een verdeling moet gebeuren: hoe minder kinderen er zijn, hoe meer er gevochten wordt. Goh ja, er valt al eens een woord, maar als ’t puntje bij ’t paaltje komt trekken we aan één zeel.

 

Supernerveus !

Filip: De veilingen zijn jullie hoofdactiviteit, klopt dat ?

Guy: Ja, sinds de jaren ’80. Momenteel merken we, dat is een internationaal fenomeen, dat de veilingzalen het beter doen dan de galerijen. Het evenement errond heeft daar ook mee te maken, denk ik. Op een veiling moet je ineens beslissen of je een werk koopt of niet.

Filip: Jullie hebben al topstukken geveild: werken van René Magritte, Paul Delvaux, manuscripten van Hugo Claus, zijn Oostakkerse Gedichten. Hoe gaat dat in zijn werk, eigenlijk ?

Guy: Hoe die werken bij ons binnenkomen ? Zelf ben ik drie dagen in de week op de baan, want je moet ter plaatse gaan kijken. Een telefoontje met de melding ‘Ik heb dat, of dat’, volstaat niet, je moet het zien. Dikwijls is hetgeen waar de aanbieder niet aan denkt interessanter dan het werk waarvoor ze ons contacteren. Net om bij de mensen aan huis te kunnen gaan hebben we het aantal veilingen op jaarbasis van vier naar drie teruggeschroefd.
Om een voorbeeld te geven. Een man uit Brussel belde me voor een bloemenstilleven, zeventiende-eeuws. Dat was niet formidabel. Nadien zegt hij: ‘Ik heb nog een Delahaut’. Een reliëf van de schilder Jo Delahaut  uit 1960. Ja, dat is hetgeen gezocht wordt. Niet meteen de grootste waarde, een 4 à 5.000 euro, maar naar zoiets is er vraag. Nadien bleek hij ook nog iets van de groep Zero te hebben. Om maar te zeggen dat het aan huis gaan zeer belangrijk is in ons vak.

Filip: De meeste van de werken die jullie veilen zijn afkomstig van particulieren ?

Guy: Dat is de hoofdmoot. Ze kunnen om allerlei redenen verkopen: verhuizen, kleiner gaan wonen, geldnood,… Wij werken op een commissie. Hoe duurder we het kunnen verkopen, hoe beter, natuurlijk. Maar daarnaast is het altijd aangenaam om een goed stuk te hebben, dat geeft een boost.

Filip: Jullie veilen zelf ?

Guy: Ik doe het sinds mijn negentiende. Mijn pa heeft het eigenlijk nooit gedaan. Hij weidde te veel uit, ik moest hem voortduren afremmen. Vroeger had je een roeper, een veilingmeester die overal de veilingen deed, bij Campo in Antwerpen, Van Herck in Gent, in zijn eigen veilingshuis,... je kon die man inhuren. Toen die man dat niet meer deed, ben ik het zelf gaan doen. Supernerveus, als snaak van 19 jaar ! Mijn vader bleef er ijzig kalm onder, ik begreep dat niet. ‘Als ik nu ook nog nerveus moest worden’, antwoordde hij me.

Filip: Was dat jouw vader ten voeten uit ?

Guy: Mijn vader zag nooit problemen. Hij had een goede ingesteldheid, altijd positief. Hij wilde altijd vooruit. Doen ! Heb je veel werk ? Wel, werk dan wa neiger ! Dat was mijn vader.

Filip: Jullie behoren tot de top op het vlak van het veilen van kunst, mag ik dat zeggen ?

Guy: (bescheiden) Bwah, wat specialisatie en selectie betreft zouden we kunnen stellen dat we inderdaad tot de Belgische top behoren. Laat ons zeggen: iemand die iets met kunst te maken heeft, kent ons.

Filip: Ondertussen is de kledingzaak volledig verdwenen. Een bewuste keuze of een economische noodzaak ?

Guy: Nee, zeker niet uit economische overwegingen, die zaak was meer dan okee. Het was een kwestie van opvolging. Voor mijn zus en broer, en hun respectievelijke echtgenoot en echtgenote, was de tijd er om met pensioen te gaan en hun kinderen waren met andere dingen bezig. Okee, we konden het verhuren. Maar onder welke naam ? De Vuyst ? We hebben steeds dezelfde naam en hetzelfde logo gehanteerd. De gebouwen lopen ook in elkaar over. Om kort te gaan: je kon dit niet splitsen. Wij konden de ruimte bovendien gebruiken en voor mijn broer en zus was het ook emotioneel de beste oplossing. Je moet ook bedenken dat we voor een veiling 600 stuks omhoog hangen, maar dat er nog eens 600 stuks gestockeerd liggen. Daar kunnen we nu een groot gedeelte van tonen.

Filip: Jullie clientèle, hoe ziet dat eruit ? Komt de modale Vlaming naar jullie zaak ?

Guy: Absoluut ! 70 à 80 procent van wat we verkopen blijft in België. De klanten uit Lokeren en ruime omgeving, dat is een beduidend kleiner percentage. We hebben heel veel klanten uit het Brusselse. Om een idee te geven: tijdens de kijkdagen voor een veiling lokken we een drieduizendtal bezoekers.

 

Weirdo’s

Filip: Iets anders. Marleen Temmerman vroeg zich af of kunst de wereld kan redden, of – kleinschaliger - kan bijdragen tot een beter Lokeren ? Een moeilijke vraag, lijkt me.

Guy: Niet meteen, ik heb daar ook al over nagedacht. Maar, kan kunst de wereld redden ? Neen !

Filip: (lacht) Lap ! Over naar de volgende vraag !

Guy: Kunst kan de wereld natuurlijk mooier maken. Alles wat een stadsbeeld kan verrijken, kan aangenamer maken, al wat de verzuring kan wegpakken, is mooi meegenomen. Ik bedoel dat ook niet alleen op esthetisch vlak. Vroeger moest een tableau gewoon schoon zijn.  In de hedendaagse kunst zit er veel meer duiding naar de actualiteit. Dikwijls zijn dat ook weirdo’s, hé, die kunstenaars, die in hun klein ateliertje een utopia zitten te creëren.

Filip: Kan een louter idee voor jou kunst zijn, of moet er een ambacht aan gekoppeld zijn ?

Guy: Een kunstwerk is als een ajuin, dat heeft lagen en lagen en lagen. Het esthetische kan daar een aspect van zijn. Als je een brief ziet van Joseph Beuys, met een stempel erop en een potteke vet ernaast, is dat dan esthetisch ? Bij dat werk gaat de idee primeren. Je moet alles in zijn tijdskader bekijken. Als diezelfde Beuys na een betoging zijn straat veegt, alles in een hoekje veegt, de borstel tegen de muur zet, en er een bordje bijhangt met daarop de vermelding ‘Betoging’, dan is dat een statement. Dat is een schreeuw.

 

Bond Street

Filip: Je woont niet meer in Lokeren ?

Guy: In 1991 ben ik juist de grens over getrokken. Met lemen voeten, zoals ze zeggen. Een tijd later had ik een reispas nodig. Uit gewoonte trok ik naar het stadhuis van Lokeren, zo zie je maar.

Filip: Je hebt een handelszaak in Lokeren, weliswaar in een heel gespecialiseerde niche, hoe ervaar je dat ?

Guy: We hangen, gezien onze specifieke bezigheid, inderdaad minder af van wat er in het centrum gebeurt dan eender welke andere zaak. Maar voor ons is – we trekken heel veel mensen van buiten Lokeren aan - de bereikbaarheid zeer belangrijk. Een straat afsluiten, dat is nefast voor ons. Niet dat de klanten tot voor de deur moeten kunnen parkeren, maar het is wel belangrijk. Nu, het zijn dikwijls de Brusselaars, waar je nergens je auto kwijt kan, die het hardst roepen over het parkeerprobleem. Dat het centrum verkeersluw wordt gemaakt, daar kan ik inkomen, maar – onder ons – een verkeersvrije straat zoals de Schoolstraat, daar zie ik het nut niet van. Ik merk dat ik daar bijna niet meer kom. Neem nu een grote stad zoals Parijs, daar zijn alle winkelstraten bereikbaar. In Bond Street, waar onze collega’s  van Sotheby’s gehuisvest zijn (lacht), daar kan je voor de deur parkeren. Of dat dan langdurig moet zijn is een andere kwestie.

Filip: Onze middenstand voelt de hete adem van het Waasland Shopping Center.

Guy: Ik moet zeggen: de kledingzaak destijds heeft daar niet zo onder geleden. Maar los daarvan, ik begrijp niet dat Freddy Willockx daar zo heeft kunnen achter staan, want hoe je het draait of keert, een dergelijk project houdt voor een stuk de doodsteek van je eigen centrum in. Ik vind dat jammer. De kern van de stad straalt uit naar alles errond. Als dat plaatje klopt, komt de rest vanzelf. Gent is daar een prachtig voorbeeld van.

Filip: In Lokeren hebben we plannen voor een nieuwe woon- en winkelstraat op de terreinen van Hagewinde en Bergez, hoe sta je daar tegenover ?

Guy: De locatie is hier primair. Moest je zoiets inplanten aan de rand van de stad, krijgen we hetzelfde verhaal van Sint-Niklaas. Ik denk dat het een meerwaarde kan zijn voor het centrum. Natuurlijk zijn er altijd middenstanders die denken in termen van ‘extra concurrentie’. Natuurlijk is het ook aan de middenstander zelf om zijn zaak extra aantrekkelijk te maken. We proberen alles altijd zo netjes mogelijk te maken, ook voor onze deur. Ook al is er maar één pand in de straat waar wat vuiligheid voor de deur ligt, het geeft de straat een verloederde aanblik.

Filip: Hoe kijken jouw klanten tegen Lokeren aan ?

Guy: Ze vinden het een sympathiek stadje ! De teneur is algemeen positief.

Filip: Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat ook altijd merk.

Guy: Soms krijg je de opmerking, zelfs van Brusselaars, dat er veel allochtonen zijn in Lokeren. Dat maakt me een beetje kwaadn eigenlijk. Zij verwachten het op den buiten waarschijnlijk anders.

Filip: Binnen de tijdspanne van enkele decennia is er op dat vlak natuurlijk veel geëvolueerd.

Guy: Ik stel me altijd de vraag: hoe betrek je deze mensen ? Hoe motiveer je hen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven ? Dat zijn grote uitdagingen, maar niet alleen in Lokeren uiteraard. Overal !

 

‘Dat kunnen mijn kinderen ook’

Filip: Van welke kunstenaars word je zelf wild ?

Guy: Dat is heel moeilijk te zeggen. Mijn interesse is zeer eclectisch. Dat gaat van zeventiende-eeuwse tot hedendaagse kunst. Als het een boodschap heeft, als er iets achter zit, dan spreekt het me aan. Als het zowel, zoals je zei, ambachtelijk is gemaakt, en goed in elkaar steekt. We hadden het daarnet over Beuys. Die man kon ook tekenen, hé ! Over Picasso durft men al eens te zeggen: ‘Mijne kleinen kan dat ook.’ Toen men hem ooit neerbuigend vroeg hoelang hij over een bepaalde krabbel had gedaan antwoordde hij: ‘Tachtig jaar !’ 

Filip: Als de basis er niet is…

Guy: Inderdaad. Ik zou het nog even over dat esthetische aspect willen hebben. Er zijn kunstenaars die beseffen dat ze heel esthetisch kunnen werken, dat ze goed kunnen schilderen, dat ze mooie dingen kunnen maken, maar dat op een gegeven moment niet meer voldoende vinden. Ze willen meer in hun werk leggen dan louter schoonheid.
Maar samengevat: als iets goed gemaakt is en het past in zijn tijdskader, dan kan ik het appreciëren. Een schilderij uit pakweg 1830-1840 dat perfect de tijdsgeest van de romantiek weergeeft, met van die prachtige luchten en het terug naar de natuur-gevoel, kan ik appreciëren. Een dergelijk tafereel verwacht je wel niet van een twintigste-eeuwse kunstenaar.

Filip: Ik merk: uw beroep is uw passie gebleven, na al die jaren.

Guy: Zeker. Ik kan ook niets anders. (lacht)

De beleidsdaad
‘Inzetten op alles wat het lever aangenamer kan maken’

‘Waar zou ik nu kunnen aan denken waaraan jij nog niet hebt gedacht’, lacht Guy De Vuyst de vraag weg als ik naar zijn beleidsdaad peil. Hij neemt even de tijd. ‘Wie ben ik ik om het hier eens te gaan vertellen’, zegt Guy, en hij pauzeert even.
‘Alles wat het leven aangenamer kan maken, en niet alleen in egoïstische zin, daar zou ik op inzetten,’ wikt Guy zijn woorden. ‘Zeker in de binnenstad. Zoals eerder gezegd denk ik dat dat uitstraalt naar de hele stad. Lokeren moet een gezellige plaats zijn om te vertoeven.’
Ik pols even of kunst in het openbaar domein daartoe kan bijdragen.
‘Absoluut’, weet Guy, ‘dat maakt er allemaal deel van uit.’
‘Als je de markt heraanlegt kan je wat plaats voorzien voor enkele beelden, jullie hebben er wel nog enkele liggen, geloof ik’, lacht hij. ‘Kunst in de stad werkt als je het integreert met wat groen, met een bankje waarop de mensen even kunnen plaats nemen. De kern van de stad straalt verder uit

Dienst Communicatie

Contact

Groentemarkt 1, 9160 Lokeren
09 235 31 00
communicatie@lokeren.be

Locatie

Openingsuren

Deze dienst is momenteel gesloten

Maandag:

8:00
21:00
09:00-12:00
13:30-17:00

Dinsdag:

8:00
21:00
13:30-19:00

Woensdag:

8:00
21:00
09:00-12:00
13:30-17:00

Donderdag:

8:00
21:00
13:30-19:00

Vrijdag:

8:00
21:00
09:00-12:00

Zaterdag:

Gesloten

Zondag:

Gesloten

Interview:
Filip Anthuenis &
Giovanni Van Avermaet
(2010)

Foto:
Freddy Meert